|tekstenstek   |wielrennen   |muziek   |indisch   |stukjes   |contact
Carlos Sastre dus!
Kwestie van teamwork

Carlos Sastre won de Tour van 2008. Had je dat tevoren beweerd, je werd glazig aangekeken. Deze bescheiden Spanjaard werd weliswaar genoemd in de favorietenrijtjes, maar alleen omdat je meerdere namen noemt als je om zo’n rijtje wordt gevraagd. Hij was in elk rijtje de laatste.

Sastre wint bijna nooit een wedstrijd. In tegenstelling tot zijn populaire zwager José Maria Jimenez. Die won nog eens wat! Jimenez was een echte klimgeit, terwijl Sastre gewoon een goede klimmer is. Maar aan het succes van zijn zwager hangt een zweem van doping en drugs. Hij ging eraan ten onder, net als Marco Pantani. Tom Boonen moet maar goed oppassen.
Jimenez koerst nu in de hemel, Sastre fietst de sterren van de hemel.

Vergelijk Carlos Sastre met Paulien van Deutekom. Van Deutekom werd dit jaar verrassend wereldkampioen schaatsen. Ook dat lag niet voor de hand, maar dat het zou gebeuren was niet helemaal uitgesloten.
Zij is geen natuurtalent, zij is gewoon heel erg goed. Door hard te werken veroverde Paulien haar plaats in de top van het vrouwenschaatsen, dicht bij het podium. Maar de eerste plaats? Toch wel!

Sastre is de Van Deutekom van het wielrennen: altijd top, maar nooit het allerhoogste. In 2006 kwam de ommekeer. Van een geroutineerde ronderenner veranderde hij in een serieuze podiumkandidaat voor de Tour. Weliswaar geholpen door de omstandigheden, maar welke carrière redt het tegenwoordig geheel op eigen kracht?

Ivan Basso, zijn kopman voor de Tour van 2006 mocht op het nippertje niet starten. Basso’s betrokkenheid bij Operación Puerto, het Spaanse doofpotdopingschandaal, zat een tourstart in de weg.
‘Nu ben jij de kopman,’ zei Bjarne Riis tegen Carlos. ‘Ik weet dat jij het kan.’
Sastre schakelde de knop om en transformeerde van helper naar kopman.
Hij wist zelf ook dat hij het kon, maar was altijd te bescheiden om de hoofdrol op te eisen. Hij behaalde een mooie derde plaats in de Tour, na de diskwalificatie van Landis.

In 2007 was Sastre de onbetwiste kopman in de Tour. Hij bereikte een vierde plaats, dat was een kleine tegenvaller. Maar in de Vuelta werd hij wel mooi tweede. Die Vuelta werd gewonnen door Menchov, eveneens een renner wie de glamour en de glitter vreemd is. Het winnen van een grote ronde lag binnen bereik.

Dit jaar was Sastre in de Tour weer de kapitein van Team CSC – Saxo Bank. Alleen werd dat niet zo uitgesproken. De broertjes Schleck waren er nu ook bij. Zij konden er ook wat van en waren niet alleen maar meegekomen om te leren.  Drie kopmannen dus, was de officiële lezing. Laat de tegenstander maar in het ongewisse.

Het werd een Tour met kleine tijdsverschillen. Na twee weken maakten nog vijf renners in theorie kans op de eindoverwinning. Fränk Schleck reed sinds een paar dagen in het geel, Sastre stond vierde op 49'. Daartussen fietsten de verrassende Bernhard Kohl en de grote favoriet Cadel Evans. Dennis Menchov was als vijfde geplaatst.

In de voorlaatste etappe stond een lange tijdrit op het programma, daarin zou de Tour worden beslist. Zoals de zaken er op dat moment voor stonden zou Evans in die tijdrit de eindoverwinning naar zich toe trekken. Er moest dus iets gebeuren.

Dat gebeurde in de zeventiende etappe. Aan de voet van L’Alpe d’Huez, de laatste col van de Tour, viel Carlos aan. Dat was het mooiste moment van de Tour van 2008, want er werd tot dan nauwelijks aangevallen.
Op L’Alpe d’Huez sprak Carlos een portie moed en doorzettingsvermogen aan. De tegenstand, gepersonifieerd in de Australiër Cadel Evans, wist even niet wat te doen. Fränk Schleck reed immers in het geel.

Evans verkoos bij Schleck te blijven; hij kon trouwens toch niet harder fietsen. Menchov sprong nog wel met Sastre mee, maar Menchov was de hele Tour alleen maar heel goed en niet meer dan dat. Die dag had hij niet dat beetje extra; hij moest afhaken.

Sastre bleef voorop. Sterker, hij bouwde gestaag zijn voorsprong uit. In een strak tempo reed hij naar de top van L'Alpe d'Huez, een tenger bruin mannetje op een racefiets. Het leek alsof hij naar boven werd getrokken, als een eenzame gondel in de bergen. Met de tegenstanders in een treintje op grote afstand.

Sastre won de etappe. Hij reed weliswaar zijn eigen ploeggenoot Fränk Schleck uit het geel, maar vergrootte zo wel de kans voor het team op de eindoverwinning. De broertjes Schleck gaven hun teamgenoot rugdekking. Dat maakte die aanval nog mooier. Niemand kon er vandoor gaan of hij kreeg een Schleck op zijn nek.  Het werd snel duidelijk: beter een Schleck in de rug dan een Schleck op je nek.

In de tijdrit hield Sastre stand tegen de verwachting van velen in. Daarmee won de man die nauwelijks wist wat winnen was de Tour van 2008. Een enkele aanval volstond, teamwork deed de rest.
Wat is het winnen van de Tour de France toch simpel.

[30 juli 2008]

Tekstenstek
tekstbureau voor tekst en webstek